Toespraak

Toespraak van Muhammad Subuh voor geïnteresseerden in Subud

SUBUD is een afkorting van de woorden Susila, Budhi en Dharma. Subud is geen nieuwe religie noch een sekte van welke religie dan ook, evenmin is het een leer. Het is alleen een symbool voor de mogelijkheid van de mens om de juiste wijze van leven te volgen.

Het woord is samengesteld uit de volgende drie Sanskriet woorden:
Susila betekent het vermogen van de mens om zijn leven af te stemmen op zijn diepste innerlijke wezen;
Budhi geeft aan dat de levenskracht zowel binnen als buiten de mens werkzaam is;
Dharma staat voor de mogelijkheid om zich volledig aan de levenskracht over te geven.
Gezamenlijk symboliseren de drie woorden de mogelijkheid voor iedereen om in contact te treden met hun diepste wezen en leiding te ontvangen in het dagelijks leven.

De vereniging is zo genoemd als een symbool om aan te geven dat de leden hopen ware menselijke wezens te worden met de kwaliteiten van Susila, Budhi, en Dharma, in overeenstemming met datgene dat zij ervaren iedere keer als zij de geestelijke oefening (latihan kejiwaan) ontvangen en beoefenen.

Susila Budhi Dharma (Subud) betekent de wil van God volgen, geholpen door de goddelijke kracht die zowel binnenin als buiten ons werkt, door ons daaraan over te geven. Susila Budhi Dharma is het symbool voor datgene waaraan wij ons wijden in de geestelijke oefening van Subud. Het betekent dat wat er ook gebeurt in de geestelijke oefening van Subud geheel en al de wil van God is en tot ons komt omdat God het zo voor ons wil.
Dit is geheel in overeenstemming met wat gezegd is in de heilige boeken zoals de bijbel, de koran en andere boeken. Dit betekent dat God dichtbij de mens is, of, indien de mens dicht bij God gekomen is, God de mens de dingen geeft die hij nodig heeft en dat de mens de dingen kan ontvangen die God voor hem heeft beschikt.

Wat moeten we overgeven aan God? Niet onze rijkdom of degenen van wie we houden, noch ons bezit, want God heeft geen behoefte aan dat soort dingen. Wat we moeten overgeven is onze geest, ons hart en onze verlangens, want dit zijn de instrumenten die een hindernis vormen om dichterbij God te komen.

Dit is wat Jezus Christus bedoelde toen hij zei dat God altijd met ons zal zijn indien wij ons aan hem kunnen overgeven en indien wij hem meer dan iets anders, meer dan ons zelf liefhebben. Dit betekent dat de liefde die wij in ons hart en ons gevoel hebben een hindernis is die ons weerhoudt om te komen tot de ware liefde van God. Deze uiterlijke liefde is alleen maar een liefde van dingen die we denken lief te hebben. Maar de liefde die we moeten hebben voor God moet groter zijn dan dit.

Aan de profeet Mohammed werd de openbaring gegeven dat God er al was voordat er iets anders bestond, en dat God er zal blijven nadat alles verdwenen is. God is verder weg dan de verste dingen die bestaan. Hij is dieper binnenin dan iets anders. Dit betekent dat God werkelijk alles geschapen heeft. En omdat hij alles geschapen heeft zal hij ook voor alles zorg dragen.

Er wordt ook gezegd dat God geen vorm heeft, geen spraak, geen land, geen kleur. Want indien dat wel zo was dan zou er meer dan één God zijn. Voor elk land zou er dan een God zijn. En indien hij een kleur had, zou er ook meer dan één God zijn want elke kleur zou een God moeten hebben. Dit is de betekenis van het gezegde: ‘God is één en heer over alles’.

God schiep ook zonder gereedschap en materiaal. Indien de mens iets wil maken, bijvoorbeeld een tafel, dan heeft hij hout nodig, spijkers, een hamer en ander gereedschap. Om een atoombom te maken heeft de mens weer instrumenten nodig om materie te splitsen. Maar bij God is het heel anders. God werkt zonder materiaal of gereedschap.

Hieruit volgt dat er maar één ding nodig is om te begrijpen en te kennen wat er in de geest en in het hart van God leeft: zichzelf volledig overgeven; want met de eigen geest en verlangens zal de mens nooit God kunnen vinden. Alleen door zichzelf volledig over te geven aan God en geen gebruik te maken van verstand, hart of verlangens is het de mens mogelijk om in contact te komen met de kracht van God.

Dit doen we in de geestelijke oefening van Subud – wij geven onszelf volledig over; wij maken geen gebruik van onze geest, hart of verlangens – maar wij aanvaarden en ontvangen slechts wat God ons zendt. Dus je zult begrijpen dat Subud alleen een symbool van die levenswijze is waarin de mens de wil van God kan vervullen en de wil van God voor zichzelf kan uitvoeren in deze en in de volgende wereld.

Daarom hebben we in de geestelijke oefening van Subud geen lering. Er is niets dat we moeten leren of doen, want alles wat vereist wordt van ons, is volledige overgave. Iemand die zich erop voorstaat de weg naar God te kennen is eigenlijk iemand die op Gods gave vooruitloopt zonder ze ontvangen te hebben.

Wij geven ons slechts over. Wij aanvaarden en ontvangen slechts wat God ons geeft of ons wil laten hebben. Dat bedoelde feitelijk iedere profeet als hij zei: ‘Geef uzelf geheel over, onderwerp u volledig aan God. Dan zal God voor u zorgen en u leiding geven.’ In deze geestelijke oefening koesteren we geen verwachtingen. Wij maken voor onszelf geen enkele voorstelling. Wij ontvangen alleen wat God ons ook mag zenden.

Deze goddelijke kracht die in ons werkt tijdens de oefening zal ons op een bij ieder van ons passende wijze aanspreken. Als iemand bijvoorbeeld een luide en krachtige stem heeft, zal hij klanken uiten die erg luid en krachtig zijn. Maar iemand die niet zo’n luide stem heeft, zal zachtere klanken voortbrengen. Dit geldt voor elk deel van ons lichaam, voor elk deel van ons wezen. Daarom kan de oefening (latihan) van twee mensen nooit dezelfde zijn want elk mens is verschillend.

Daarom is het duidelijk dat er geen theorie of geestelijke leer in Subud kan zijn want iedereen is anders. Wat de een nodig heeft en ontvangt zal verschillen van wat iemand anders nodig heeft en ontvangt. Dit is de reden dat wij geen enkele regel of voorschrift kunnen geven over wat je moet doen wanneer je in de latihan bent, want dit is voor ieder iets persoonlijks.

Iedereen zal voor zichzelf de weg naar God vinden. Wat goed is voor de één, kan volledig verkeerd zijn voor de ander. Daarom moet je niet denken dat je Muhammad Subuh moet volgen of als hem moet worden. Jullie moeten jezelf worden en je eigen innerlijk zelf ontwikkelen, want jullie moeten jullie eigen weg naar God vinden.

Gewoonlijk zal een leraar aan zijn volgelingen leren precies hetzelfde te doen als hijzelf om te komen tot wat hij bereikt heeft. Maar dat is echt verkeerd, want niet alleen tussen een leraar en zijn volgelingen, maar zelfs tussen broers van dezelfde ouders is er reeds een groot verschil, niet alleen in uiterlijk voorkomen, maar ook in hun karakter en in hun hele wezen. Jullie kunnen nu dus wel begrijpen dat wat de juiste weg voor een leraar is om God te vinden niet noodzakelijkerwijs de juiste weg voor zijn leerlingen is.

Daarom zegt Bapak dat alleen God jullie naar hemzelf kan leiden. Wat werkelijk gebeurt in de latihan is dat jullie contact maken met jullie werkelijke innerlijk zelf – met het werkelijke ‘Ik’. Jullie hoeven niet bang of bezorgd te zijn, want wat er tot jullie komt in jullie latihan is alleen wat er al in jullie aanwezig is. Het komt vanuit je innerlijk zelf. Je ware zelf manifesteert zich in de latihan.

In Subud is er geen onderscheid tussen de verschillende godsdiensten omdat datgene wat zich aan iemand voordoet werkelijk datgene is wat al binnenin hem leeft. Als iemand een christen is zal hij de ware christus in zichzelf ontmoeten. Als iemand een boeddhist is zal hij de ware boeddha in zichzelf ontmoeten.

Dat geldt ook voor de moslim. Hij zal de ware moslim in zichzelf ontmoeten. En wanneer jullie werkelijk jullie innerlijk zelf kennen, zullen jullie geleid worden door de goddelijke kracht in alles wat je doet, want de goddelijke kracht werkt in jullie door jullie zelf. Of je nu werkt in een kantoor of dat je auto rijdt of iets anders doet, je zult geleid worden door de kracht van God die altijd binnen en buiten je werkt.

Dan zal de waarheid blijken achter wat in de koran gezegd wordt; namelijk dat je ‘Bismillah-ir rohman-ir rohim’ moet zeggen (in de naam van God, de barmhartige die vol genade is) voordat je iets onderneemt. Dit betekent dat je Gods leiding volgt en dat je alleen doet wat God je ingeeft. Je zult dan niets overijld doen en pas achteraf aan God denken en betreuren wat je hebt gedaan. Als God altijd met je is voordat je iets doet, dan moet dat het juiste zijn om te doen. Dit is ook de werkelijke betekenis van wat door christenen gedaan wordt wanneer zij bidden voor het eten of voordat ze gaan slapen. Dit betekent ook dat je niets moet doen zonder dat God je leidt, want indien je God vergeet in iets wat je doet dan zal er ook geen hulp van God zijn indien er iets verkeerd gaat. De kracht die we ondervinden zal ons alleen maar overtuigen dat Gods almacht niet alleen binnen in ons werkt, maar ook in de hele schepping en zelfs daarbuiten.

Daarom zullen wij in de geestelijke oefening van Subud geen afbreuk doen aan onze godsdienst, want wat we denken en wat we doen is alleen maar de wil van God. Wij voeren slechts uit wat reeds binnen in ons aanwezig is. Iemand die een godsdienst belijdt zal in de latihan alleen maar iets ervaren dat in overstemming is met zijn religie en zijn innerlijk.

Enkelen onder jullie zullen misschien vragen waar Bapak dit allemaal vandaan heeft. Bapak antwoordt dat hij dit ontving toen hij in dezelfde situatie was als jullie. Hij werkte, had een kantoorbaan en was bezig met allerlei andere zaken die hij moest doen en hij vond dat ook leuk. Maar plotseling stopte dit alles. Zijn verstand liet hem in de steek, zijn hart gaf het op en ook zijn verlangens verdwenen. Toen ontving hij zoals iedereen in de latihan ontvangt. Hij zocht geen wijsheid, hij had geen goeroe of leraar. Hij ontving het alleen maar. Deze gave komt alleen tot iemand wanneer die er niet naar zoekt. Wanneer hij klaar is voor zo’n gave, dan zal God hem die geven.

Bapak is geen genezer, hij toont slechts de wijze waarop de mens tot God kan komen. De innerlijke genezing van een mens is alleen een zaak tussen hem en God, niemand kan daar tussen komen.

Verder laat Bapak het aan jullie over om te beslissen of jullie wel of niet naar deze geestelijke oefening wilt komen, want in de aanbidding van God is niets verplicht. Iedereen moet vrij zijn. Maar wanneer iemand er om vraagt zal het gegeven worden